Background Image
Previous Page  29 / 36 Next Page
Basic version Information
Show Menu
Previous Page 29 / 36 Next Page
Page Background

29

BOYMANS & MESSAOUD

geregisseerd. De laatste wedstrijden met dat vuurwerk, dat geeft

de spelers bij het betreden van het veld een extra dosis adrenaline

om een goed resultaat neer te zetten.” Ali wil zeker een extra

compliment maken aan al die supporters die de club ondersteunden

bij de uitwedstrijden. “Als je in Velsen, Maastricht en zelfs in

Groesbeek honderden fans in die uitvakken ziet zitten, besef je pas

dat Willem II een hele grote club is, die gewoon op het hoogste

niveau dient te spelen. Bij AZ was dat allemaal even wat anders”.

Je doelt daarbij misschien op de klappers bij elke thuiswedstrijd? “Ja,

al vind ik wel dat deze sfeerverhogend zijn. Je moet dat alleen niet

elke wedstrijd doen, anders wordt het zo’n verplicht nummertje.”

Het voetballen is trouwens goed vertegenwoordigd binnen de

familie Messaoud, want zijn oudere broer voetbalt ook. “Ja, Mo

speelt sinds 2009 bij Topklasser FC Lisse als linkermiddenvelder.

Net als ik heeft hij bij de jeugd van AZ gespeeld, maar liep daar een

kruisbandblessure op. Nadat hij daarvan hersteld was, heeft hij het

nog geprobeerd bij Telstar. Uiteindelijk heeft hij de keus gemaakt om

voor zijn maatschappelijke carrière te kiezen, maar wel op een hoog

amateurniveau te blijven spelen. Helaas revalideert hij nu opnieuw

van een kruisbandblessure, maar volgend seizoen zal hij er zeker

weer staan. Ik denk dat als hij niet al zijn blessures had gehad, hij het

verder geschopt had als ik.”

Het rotgevoel is er niet meer

Voor Ruud Boymans was de overstap naar Willem II een oplossing

in een uitzichtloze situatie. “Gert-Jan Verbeek en ik lagen elkaar niet

en onze karakters botsten regelmatig met elkaar. Ik ben iemand die

aanwezig is, zijn mening heeft en zeker ook geeft. Je kan me zelfs

extravert noemen, hij is meer introvert en dat ging niet samen. Zijn

manier van communiceren is ook zeker niet de mijne en dat merkte

ik dat toen Earnest Stewart me belde met de mededeling dat mijn rol

bij AZ was uitgespeeld.” Had je dat liever van hemzelf gehoord dan?

“Ja, want met Stewart had en heb ik geen problemen en dus heb ik

geprobeerd daarover met Verbeek in gesprek te geraken. Dat lukte

niet en toen hield het voor mij snel op. Gelukkig meldde Willem II

zich een paar dagen voor het einde van de transferperiode bij mijn

zaakwaarnemer en was ik er voor mezelf snel uit. Hier bij Willem II

heb ik dat rotgevoel weg kunnen spelen, heb ik mijn steentje aan het

kampioenschap bijgedragen en hebben de supporters me daarvoor

de waardering gegeven die ik bij AZ miste.”

Onafscheidelijk

Bij Willem II staan jullie ook wel bekend als Sjors en Sjimmie! Bij

beide spelers komt er een grote glimlach op het gezicht, voordat

ze een antwoord geven op de vraag. “Omdat we samen een

appartement delen, trek je natuurlijk buiten het veld vaak met elkaar

op”, aldus Ruud. “We runnen samen de huishouding en daarin

maken we elke dag vorderingen”. Toch is het thuisfront belangrijk

voor de geboren Limburger. “Als het schema zo uitkomt, dan ga

ik naar mijn ouders.” Dan gaat er trouwens wel een grote zak met

wasgoed mee, want daarvoor doet de spits graag een beroep op zijn

moeder. “Afwassen, stofzuigen en koken gaat me allemaal prima af,

maar de was laat ik graag aan haar over.” In Limburg zijn ook altijd

de twee oudere zussen van Ruud aanwezig en met hen heeft hij een

goede band. “Michelle werkt met geestelijk beperkten en samen

met haar heb ik ontwikkelingswerk gedaan in Ghana. Carmen werkt

bij Bol.com, maar haar exacte functie weet ik niet precies. Laat ik

zeggen dat ze iets op kantoor doet.”

We zijn nooit in paniek geraakt

Willem II is nu kampioen en de eerste vraag is hoe jullie dit beleefd

hebben? Ali: “Aan het begin van dit seizoen wisten we dat het een

moeilijke klus zou worden om de titel binnen te halen, maar het is

wel altijd het plan geweest om dit te doen.” Toch was de achterstand

bij aanvang van de winterstop tien punten? “Dat klopt, maar we zijn